Reanimeren en defibrilleren

Een hartstilstand is een plotseling optredende situatie waarbij het hart niet meer zorgdraagt voor het rond pompen van het bloed en de organen niet meer voorziet van zuurstof en brandstof. In 80% van de gevallen wordt een hartstilstand veroorzaakt door het plotseling optreden van een chaotisch zeer snel hartritme. Door dit zeer snelle ritme is het hart niet meer in staat om bloed rond te pompen. We noemen dit hartritme kamerfibrilleren. Dit ritme kan alleen beëindigd worden door het toedienen van een uitwendige of inwendige elektroshock (defibrilleren). Soms moeten er meerdere elektroshocks gegeven worden om dit kamerfibrilleren te beëindigen.
Daarnaast kan een hartstilstand ook veroorzaakt worden door een heel langzaam ritme of zelfs het ontbreken van een ritme. In die gevallen helpt alleen reanimeren en het aansluiten van een pacemaker. Onder reanimatie worden die handelingen verstaan waarbij een omstander of hulpverlener afwisselend hartmassage (het indrukken van de borstkas) en mond-op-mondbeademing (inblazen van lucht via de mond van de patiënt) toepast. Reanimeren stelt het direct afsterven van de voor het leven noodzakelijke organen (hersenen, nieren, enz) uit en overbrugt vaak de tijd die hulpverleners met een defibrillator nodig hebben om bij de patiënt te komen.

Het gebruik van AED's
Door de komst van de semi automatische defibrillator (AED's) naar Nederland en de wijziging van de Nederlandse wetgeving is het in Nederland toegestaan om in noodsituaties minimaal getrainde personen te machtigen met inachtneming van een aantal harde spelregels een persoon met een hartstilstand te defibrilleren in afwachting van de komst van de Ambulance. Als dit binnen 5 minuten gebeurt dan heeft de persoon met een hartstilstand een kans van bijna 50% om dit te overleven. Op dit moment overleven maar 6 van de 100 personen een acute hartstilstand. In Nederland overlijden per jaar ruim 15.000 burgers aan een acute hartstilstand.